Wynia’s Week – Archief 2019

Wynia's Week archiefWekelijks bericht ik op deze website over mijn laatste publicaties: columns, artikelen, video’s. Wilt u automatisch per e-mail op de hoogte worden gehouden van Wynia’s Week? Vul uw e-mailadres in en u krijgt de bevestigingsmail.
• Wynia’s Week archief 2018 vindt u hier.
• Wynia’s Week archief 2017 vindt u hier.
• Wynia’s Week archief 2016 vindt u hier.
• Wynia’s Week archief 2015 vindt u hier.


Een land vol machteloze kiezers

In Nederland wordt alsmaar doorgeregeerd alsof verkiezingen en zelfs nieuwe kabinetten er niet toe doen. Het is koekkoek-éénzang: voor diversiteit, voor duurzaamheid en wie kritiek op Brussel heeft is een populist. Waar kan een kiezer anno 2019 nog terecht?
door Syp Wynia

Carola Schouten

Het oogt zo mooi, het ministerschap. Een dienstauto met chauffeur, een heel ministerie dat doet wat jij zegt. En op vrijdag samen naar de Trèveszaal, de mooiste vergaderzaal van het land. Maar heeft zo’n minister eigenlijk wel wat te vertellen?
Neem nu het kabinet RutteDrie. De meeste ministers kwamen pas in beeld toen het regeerakkoord na zeven maanden eindelijk klaar was. Dat akkoord dienden ze uit te voeren, terwijl ze er part noch deel aan hadden gehad. Alleen premier Mark Rutte (VVD), minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) en minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees (D66), zaten er bij toen het regeerakkoord werd geschreven – Schouten en Koolmees eigenlijk ook nog tweede rang.
Maar Hugo de Jonge van het CDA? Hij mag dan vice-premier zijn, maar hij heeft maar heel gewoon het regeerakkoord uit te voeren. Of staatssecretaris Menno Snel? Hij was nog niet eens van D66 toen hij gevraagd werd om staatssecretaris van Financiën te worden. En toen hij het werd moest hij de afschaffing van de dividendbelasting verdedigen, zonder dat hij daar ook maar iets mee te maken had gehad. En toen de dividendbelasting toch bleef, had ‘ie dat weer te verdedigen.

Het regeercontract
Toch zijn er nog treuriger politici. Dat zijn de talloze Kamerleden van regeringspartijen die zich binden aan datzelfde regeerakkoord, doorgaans ook zonder er maar enige invloed op te hebben gehad. Want dat is zo’n regeerakkoord: een contract waarin Kamerleden zich verplichten een hele kabinetsperiode steun te verlenen aan beleid, dat uitgevoerd wordt door bewindslieden die er ook al weinig over te vertellen hebben.
Toch kan het nog meelijwekkender. Daarvoor moet je een Nederlands staatsburger zijn. Dan heb je weliswaar stemrecht, maar heb je geen idee wat er met die stem gebeurt. Er is hooguit een redelijke kans, dat de partij die de meeste stemmen haalt de minister-president mag leveren. Sinds 1981 is dat bijvoorbeeld steeds zo geweest. Maar met wie die premier dan regeert en welk beleid dat wordt – het is altijd maar afwachten.
Ik sprak onlangs een voormalige politicus, die het in zijn tijd als minister was opgevallen dat het beleid van de Nederlandse overheid zo weinig wordt beroerd door verkiezingen en het aantreden van nieuwe kabinetten. Je wordt minister en je doet wat er van je verwacht wordt en dat verschilt niet zo bijster veel van wat er van je voorgangers verwacht werd.

Vroeger: de verzuiling
Zo gaat dat al heel lang. Vroeger had je de verzuiling. De burgers waren nog katholiek, socialist, hervormd of gereformeerd en dan stond zo’n beetje al vast wat je stemde. De politieke leiders deden alsof ze het heel erg met elkaar oneens waren, maar ondertussen deden de roomsrode kabinetten uit de jaren vijftig het niet zo gek veel anders dan de kabinetten met de VVD uit de jaren zestig.
En nu: maakt het werkelijk wat uit wie er met Mark Rutte regeert? De kabinetten-Rutte worden sinds 2010 gesteund door VVD, CDA, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP (en ook nog even door de PVV). Ondanks de vele opgewonden tafereeltjes in de Tweede Kamer is er eigenlijk een brede consensus in het politieke bedrijf over wat er moet gebeuren. Zelfs als de Nederlandse bevolking laat weten – zoals in 2005 per referendum gebeurde – niet op een groter en machtiger Europa te zitten wachten, steunen Nederlandse ministers, de premier incluis – soms na wat steunen en kreunen – toch altijd de route naar een groter, duurder en machtiger Europa.
Of neem nou het mondiaal ‘migratiepact’, dat van Marrakesh. In België viel het kabinet er over. In Nederland beweerden de regeringspartijen dat er niets in stond, of dat het juist heel nuttig was. Uiteindelijk ging er een inlegvelletje in, waar niemand meer wat van zal horen. Tot het Marrakesh-beleid dat opgesteld is in New York, Genève en Brussel door Nederlandse en internationale rechters tot staand beleid wordt verklaard en niemand meer weet wie daar in Nederland verantwoordelijk voor was. Het was de Haagse Consensus.

Koploper willen zijn
Met het klimaatbeleid van hetzelfde laken en pak. Tijdens de eerste Rutte-kabinetten wilde Nederland koploper van Europa zijn met zuinig beleid, om zo andere landen de maat te kunnen nemen met de begrotingstekorten aldaar. Dat het beleid de crisis in Nederland verergerde en de koopkracht verlaagde was kennelijk van ondergeschikt belang.
Met ingang van RutteDrie heet Nederland ‘sterker uit de crisis’ te zijn gekomen en is het nu tijd voor Nederland als koploper op klimaatgebied. Geen enkel land ter wereld – een enkel Scandinavisch land daargelaten, maar daar hebben ze ook waterkracht en veel ruimte bovendien – heeft zulke scherpe klimaatdoelstellingen voor zichzelf geformuleerd als Nederland onder RutteDrie. En weer lijkt het belang van de burgers niet te tellen. Als we maar koploper zijn.
Zo bestaat de Haagse Consensus nu vooral uit zulke zaken als het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en het gasverbod. De Klimaatwet – van origine van GroenLinks en PvdA – wordt gesteund door de linkse ‘oppositiepartijen’ èn de vier regeringspartijen. Het gasverbod dat Nederlandse burgers tegen hoge kosten van het gas af dwingt zonder dat het klimaat daar iets beter van wordt – eerder slechter – wordt gesteund door bijna alle partijen in de Tweede Kamer.

Eén-partijstaat
In maart zijn er weer provinciale verkiezingen en in mei zijn er Europese verkiezingen. In maart is het klimaatbeleid het belangrijkste thema, in mei de vraag of Nederlandse kiezers wel zo blij zijn met het meer-Europa-beleid dat Nederland onder de Rutte-kabinetten voert.
Bij de VVD zien ze de bui hangen, want de VVD is sinds 2010 doorgaans dan wel de grootste, maar de steun brokkelt steeds verder af. Vandaar dat VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff plotseling lelijk gaat doen over het klimaatbeleid, dat zijn partij overigens volledig steunt. Vandaar dat het CDA plotseling premier Rutte aanvalt op zijn Europa-beleid, dat niet kritisch genoeg zou zijn over landen als Italië. Het zijn – en kiezers weten dat – tafereeltjes voor de bühne.
In 1990 karakteriseerde de historicus J. W. Oerlemans Nederland als een ‘één-partijstaat’. Dat was toen zeker zo. De regerende partijen hadden geen ideologisch anker meer en acteerden alleen tegenstellingen om zich bij verkiezingen te kunnen profileren. Bij diverse verkiezingen sinds 1994 hebben veel kiezers met hun stem op achtereenvolgens ouderenpartijen, LPF, SP en PVV laten blijken daar genoeg van te hebben.
Maar structureel gezien heeft het weinig uitgehaald. De Haagse Consensus regeert. Zelden is de burger van Nederland daarbij een doorslaggevende factor van belang. Die burger, die is zo mogelijk een nog treuriger figuur dan de politicus die blind regeerakkoorden moet onderschrijven.
En dus, zo denk ik te mogen concluderen, worden veel Nederlandse burgers geveld door twijfel. Ook als je vindt dat er best wat aan de uitstoot van broeikasgassen mag worden gedaan, kun je nog heel goed van mening zijn dat het onzinnig is dat Nederland zich hier opwerpt als gidsland en daarbij ook nog eens onzinnige maatregelen als het gasverbod doorvoert. En ook als je vindt dat samenwerking op het Europese continent best nuttig is, dan moet je toch ook kunnen vinden dat de huidige route naar de Europese Transferunie de dood in de pot is?

Thierry Baudet

Stem weggegooid?
Maar, zegt die alleszins redelijke burger dan: moet ik dan werkelijk mijn stem naar Wilders of Baudet brengen als ik dat voorop lopen met het klimaat onzinnig vindt en geen Brusselse transferunie wil? Die vraag drukt niet alleen op mensen die eerder VVD of CDA stemden, maar evenzeer op wie eerder PvdA of D66 stemden. Ik ken ze, u kent ze, misschien herkent u zichzelf.
Het antwoord luidt: het heeft er inderdaad alle schijn van, dat wie niet de Haagse Consensus wil volgen op het gebied van migratie, klimaat en Europese integratie heel weinig andere keus heeft dan Wilders of Baudet – al is die keuze voor sommigen dan weer een deur te ver.
Maar daar houdt de twijfel niet op. Want is zo’n stem niet weggegooid, als ze in Den Haag toch maar doorgaan met hun klimaathype, met het eeuwige gemier over diversiteit en diversiteit en het wegzetten als ‘populisten’ van iedereen die het nu wel genoeg vindt met de macht van Brussel? Het is een dilemma – het valt niet te ontkennen.
Als je thuis blijft is je stem sowieso verloren. Als je op de partijen van de Haagse Consensus stemt, weet je niet wat er nu weer gebeurt wat je niet wilt – maar wel weer met jouw steun. En als je een tegenstem laat horen, is er het vooruitzicht dat die keer op keer overstemd wordt. Nederland is een land met machteloze kiezers. Zelfs een minister heeft nog meer te vertellen – zelfs al voert die ook maar gewoon het regeerakkoord uit.


De wereld draaide niet. Buma wel

Het CDA helpt zichzelf niet met de kinderpardondraai. En partijleider Sybrand Buma helpt zichzelf al helemaal niet. Eduard Bomhoff heeft een welgemeend advies voor Jesse Klaver en al die anderen die een Nederlandse CO2-heffing willen om het klimaat te dienen. In de nieuwe Wynia’s Week.

Door Syp Wynia
Regeringspartij CDA gaat de Statenverkiezingen van 20 maart tegemoet onder het motto ‘Een hele goede morgen’. Daar is vast heel lang over nagedacht, over deze campagneslogan. Of het gaat helpen? Je weet het nooit.
Nog voor de campagneslogan bekend werd, had het CDA de verkiezingscampagne al afgetrapt met een donderslag bij heldere hemel, te weten een volledige draai bij het kinderpardon. In het regeerakkoord hadden VVD en CDA in de zomer van 2017 nog de wens van D66 en (vooral) ChristenUnie geblokkeerd om meer kinderen zonder recht op asiel toch een verblijfsvergunning te geven. En nu ging het CDA samen met D66, tot verrassing van de ChristenUnie en tot verbijstering van de VVD juist voorop bij dat ruimere kinderpardon.
Waarom het CDA die plotse draai maakte? Vooraanstaande CDA’ers zeggen er zelf wat over, anderen – onder meer CDA’ers – claimen er bij de CDA-leiding op te hebben aangedrongen. Ik loop dat alles kort langs en vervolgens heb ik zelf ook een paar opmerkingen.
Lili en Howick
Wat zeker een rol heeft gespeeld, is de kwestie Lili en Howick. Hoewel hun moeder al teruggestuurd was naar Armenië en de kinderen zelf op gezag van de Raad van State ook het land uitgezet mochten worden, besloot staatssecretaris Mark Harbers (VVD) in de nazomer van 2018 dat ze toch mochten blijven. Kwestie van jong, veel op de buis, sentiment. Maar je weet ook: als je er één laat blijven zonder dat die daar recht op heeft, blijft het daar niet bij. In die zin draagt ook Mark Harbers een verantwoordelijkheid.
De advocaat van Lili en Howick, Flip Schüller, speelde ook nadien een centrale rol – samen met zulke clubs als Defense for Children en de Kinderombudsman. Schüller leidde de afgelopen maanden een succesvolle lobby om nog eens 400 à 700 kinderen of jeugdigen (met hun ouders) in Nederland te laten blijven. Tot de jaarwisseling sloeg het verhaal van Schüller vooral aan bij D66 en ChristenUnie, na de jaarwisseling plotseling ook bij de CDA-top.
Nog een Armeens gezin
Een tweede cruciale factor voor de CDA-draai was een nieuw Armeens gezin dat uitgezet ging worden en onder de hoede werd genomen door de protestantse kerken in Den Haag. Die kerken stelden in oktober de Bethel-kapel ter beschikking voor een permanente kerkdienst, waardoor het met uitzetting bedreigde Armeense gezin – dat officieel in de kapel verblijft – niet uitgezet kon worden.
Deze Haagse kerkasiel-actie wordt volop gesteund door de leiding van de verzamelde protestantse kerken (PKN) in Nederland, die het met die actie vooral voorzien heeft op het CDA. Vooral langs die lijn werd het CDA er van beticht ‘niet barmhartig’ te zijn. Dat wil nog wel eens hard aankomen bij sommige CDA’ers, omdat het een Bijbelse connotatie heeft.

Sybrand van Haersma Buma

De Haagse actie bracht overigens ook Rein Willems op de been, nu kerkelijk bestuurder maar eerder directeur van Shell Nederland en CDA-senator – en dus alleszins bekend met hoe de hazen lopen. Naar eigen zeggen overtuigde Willems CDA-leider Buma: ‘Onze vraag was: “Waar is de compassie?”. Dat heeft Sybrand overtuigd. Wij hadden echt broederlijke gesprekken (in dagblad Trouw).’
Opmerkelijk is dan weer dat de katholieke bisschoppen het helemaal niet zo hebben op dat protestantse kerkasiel. Ze vinden het wringen met de positie van de kerk in de samenleving, met de rechterlijke macht ook. Ze hebben een punt, die bisschoppen.
Erik Scherder
De leiding van de PKN en de Haagse kerkasiel-dominees hadden ook contact met de neuropsycholoog Erik Scherder – bekend van het VARA-tv-programma De Wereld Draait Door – die het gezicht werd van een groep psychologen die een rapport uitbrachten waarin geclaimd werd dat kinderen die (langdurig) bedreigd worden met uitzetting blijvende schade kunnen oplopen, waardoor ze tevens ongeschikt zijn voor geworden voor inburgering in het land van herkomst. Het lijkt een beetje toegeschreven naar de gewenste boodschap, maar het rapport-Scherder werd geadopteerd door de PKN – en uiteindelijk ook door het CDA.

Rein Willems

Behalve Rein Willems was er nog een seniore CDA-prominent die van zich liet spreken, te weten Ernst Hirsch Ballin. De oud-minister van Justitie raakte wat aan de zijlijn toen hij zich in de zomer van 2010 samen met oud-premier Ruud Lubbers, toenmalig minister Ab Klink en Kamerlid Jan Schinkelshoek tegen het ‘gedoogkabinet’ Rutte I keerde, maar is kennelijk terug. Hirsch Ballin leverde de CDA-fractie in de Tweede Kamer een juridisch het alibi om te draaien.
Europees arrest
Sybrand Buma was zeer geholpen met de suggestie van Hirsch Ballin om een nieuw arrest van het Europese Hof in Luxemburg in het geding te brengen. Dat arrest van afgelopen zomer zou desgewenst zo gelezen kunnen worden, dat een afgewezen asielzoeker – kinderen incluis – het land niet uitgezet mogen worden als ze nog in een beroepsprocedure zitten.
Ondertussen waren er natuurlijk ook CDA’ers in Meppel en andere plaatsen uit op een ruimer kinderpardon. Er was een actie van tv-presentator Tim Hofman, ook al bekend van De Wereld Draait Door. In een kleine 150 gemeenten werd een nogal merkwaardige actie voor ‘kinderpardongemeenten’ ondersteund, georganiseerd door een comité van GroenLinksers en PvdA’ers, maar gesteund door plaatselijke CDA-bestuurders.
Voor Sybrand Buma was, zoveel is wel duidelijk, de kwestie dat het niet-verruimen van het kinderpardon niet meer te houden zou zijn op het CDA-congres van 9 februari en dat hij dringend behoefte had aan een alibi om een draai te maken. Buma had behoefte aan ‘een nieuw feit’. En dat nieuwe feit was het nieuwe Europese arrest waarmee Hirsch Ballin op de proppen kwam. En ook een beetje dat rapport van Erik Scherder, over de beschadigde kinderen. Na kritiek van de VVD zei Sybrand Buma dat de VVD maar beter ook kon bijtrekken, want ‘de wereld is veranderd’.
Alleen Buma veranderde

Ernst Hirsch Ballin

In werkelijkheid is de wereld natuurlijk helemaal niet veranderd, althans niet door de voorzetjes van Hirsch Ballin en Scherder. Het enige dat veranderd is, is de opvatting van CDA-leider Sybrand Buma over het kinderpardon. Daar heeft hij vast goede redenen voor, maar het Europese arrest en het rapport-Scherder zijn dat niet.
Het bedoelde Europese arrest heeft nog nergens in de Europese Unie opzien gebaard, behalve – dankzij het CDA – in Nederland. En waarom zou het CDA en vervolgens de coalitie vooruit moeten lopen op gerechtelijke uitspraken in Nederland die mogelijk – maar vast staat dat niet – verwijzen naar dat nieuwe Europese arrest? Buma heeft gretig naar het Europese arrest en naar het rapportje-Scherder gegrepen om de indruk te kunnen wekken dat ‘de wereld veranderd is’.
Voor de geloofwaardigheid van Sybrand Buma als CDA-leider is het best dramatisch. De redenen die hij opgeeft voor zijn draai zijn flinterdun. De echte reden kan dan alleen maar zijn dat hij zich gedwongen heeft gevoeld om in het zicht van een congres en van verkiezingen van positie te veranderen en dat dan maar te verstoppen achter een ‘veranderde wereld’.
In 2010 was Sybrand Buma voorstander van regeren met de VVD, gedoogd door de PVV van Wilders. Maar echt geprofileerd was hij niet op dat punt en hij heeft ook geprobeerd een verzoening op gang te brengen met de partij-‘mastodonten’ die zich vergeefs verzetten, zoals de groep Lubbers-Hirsch Ballin.
Tegelijkertijd voer Buma als politiek leider een relatief behoudende koers, zeker ook op het gebied van migratie en asiel. Dat was helemaal niet zo vanzelfsprekend, al was het maar omdat de partij in Ruth Peetoom een meer linksgerichte PKN-dominee als partijvoorzitter had gekozen. Gelukkig voor Buma bleek Peetoom bereid het politieke primaat aan Buma te laten. Dat leverde in 2017 een heel aardig electoraal herstel op, evenals regeringsdeelname in het kabinet RutteDrie.
CDA-kiezers verdeeld
Maar die regeringsdeelname zorgt bij het CDA alleen maar voor verlies in de peilingen: niet zoveel als bij D66, maar toch. En als het in de peilingen slecht gaat, dan is het CDA extra gevoelig voor verwijten over ‘het sociale gezicht’. En dus wil het CDA dan wel eens – zo als nu ook het geval lijkt te zijn – naar links buigen. Niet dat het CDA daar veel mee opschiet, zoals wel gebleken is na de desastreuze regeringssamenwerking met de PvdA en de ChristenUnie in de jaren 2007-2010.
En trouwens: het spraakzame deel van het CDA-kader mag dan wel een ruimer kinderpardon willen, maar de (vorige) CDA-kiezers zijn verdeeld. Blijkens onderzoek van tv-programma EenVandaag zijn er zelfs iets meer CDA-kiezers tegen dan voor de verruiming van het kinderpardon. Als de draai van Buma een electoraal doel had, kan die dus net zo goed in het tegendeel verkeren.
Alleen al de terugkeer van Ernst Hirsch Ballin – en enkele van diens vertrouwelingen – in de randen van de CDA-top is twijfelachtig nieuws voor Sybrand Buma. Ruth Peetoom is binnenkort voorzitter-af. Sybrand Buma acht zich gedwongen iets te vinden dat hij tot voor kort niet vond. En dan moeten de verkiezingen voor de Provinciale Staten nog komen. Een hele goede morgen!

Eduard Bomhoff

CO2-heffing kan wel, maar doe het dan zo

door Eduard Bomhoff
Jesse Klaver van Groen Links kwam afgelopen week met de eis van een CO2-belasting. Misschien is daar wel een meerderheid voor te vinden, maar dan moet GroenLinks voorzichtig en realistisch te werk gaan (en dat is niet altijd de natuurlijke stijl van die partij). Dat blijkt uit een nieuw, gedetailleerd onderzoek van Maurice de Hond.
De Nederlanders zijn volgens de enquête van peil.nl verdeeld in drie groepen. Er zijn de ambitieuze dromers: vier op de vijf aanhangers van D66 en Groen Links vinden dat Nederland een voorbeeldfunctie moet innemen bij de vermindering van de CO2 uitstoot. Dan de realisten: stemmers op CDA en VVD willen in grote meerderheid dat Nederland wel meer moet doen maar in lijn met de rest van de Europese Unie. En tenslotte zijn er de negatieven van SP, Forum voor Democratie en PVV die vinden dat Nederland alleen niks kan veranderen aan de klimaatrisico’s en dat het allemaal neer komt op autootje pesten.
Internationaal is de kloof ook groot. De EU probeert serieus te zijn over klimaatbeleid, maar buiten Europa is er volgens de Ierse expert Joseph Curtin, geciteerd in de Financial Times, ‘geen enkel rijk land dat reductie van CO2 serieus neemt’. Nog erger: Australië heeft zich vorige maand in Katowice aangesloten bij de lijn van Donald Trump.
Daarmee zijn alle vier de grootste steenkool-producenten van de wereld nu tegen de ambities van de EU. China is kampioen kolenstoker. Provinciale partijbestuurders krijgen promotie naar top-banen in Beijing wanneer hun provincie hoge economische groei laat zien; dus bouwen ze extra kolencentrales voor goedkope energie en schrappen ze de laatste jaren zelfs plannen voor te kostbare duurzame energie.
In de VS is president Trump tevreden dat zijn land mede dankzij steenkool niet meer afhankelijk is van olie uit het Midden-Oosten. India heeft andere prioriteiten voor de arme bevolking en Australië verdiende vorige jaar 50 miljard euro aan de uitvoer van steenkool (in 2018 de belangrijkste export van het land). De kans dat die vier landen hun beleid veranderen onder de indruk van onze windmolens lijkt niet groot.
Nederlanders zijn dus verdeeld in dromers, realisten en negatieven; buiten de EU komt ieder jaar meer kolenrook uit de schoorsteen. Mij lijkt dat Klaver en andere voorstanders van een krachtiger klimaatbeleid nog de beste kans maken met deze drie afspraken:
1 Niet duurder dan de rest van de Europese Unie
Groen Links en D66 kunnen pleiten voor een CO2-belasting, maar dan op de voorzichtige manier, dus met een tarief dat niet hoger is dan in de rest van de EU en ook nooit hoger wordt dan in de omringende landen. Die voorzichtige vorm van belasting vraagt van Groen Links en D66 een groot offer, namelijk om af te zien van harde doelen voor de CO2-uitstoot in 2030 en 2050. Een hard doel vereist logischerwijs, dat Nederland het tarief van de CO2-belasting ieder jaar verder verhoogt totdat de klimaatdoelen zijn gehaald. Zo’n harde formule voor het Nederlandse tarief – zonder bovengrens verder omhoog zolang er in de wereld nog CO2 bijkomt – betekent het einde voor Schiphol, de glastuinbouw, Nederland Distributieland en alle energie-intensieve industrie.
2 Geen bestaande energie subsidiëren
Geen Nederlandse subsidies voor al bestaande vormen van alternatieve energie, want dat helpt ons niet met de uitdagingen van de toekomst en betekent alleen maar nog hogere belastingen. Trouwens, wanneer Nederland een CO2-belasting invoert is dat bedoeld als een sterke aanmoediging voor het bedrijfsleven om op eigen kracht in te zetten op minder en schonere energie. Dan moet de overheid niet ook nog met belastinggeld de economie verder gaan verstoren door politieke en lobbygestuurde subsidies op bestaande producten. Graag Lego-speelgoed uit Denemarken maar geen dure turbines voor windmolens als daar zo veel Nederlands belastinggeld bij moet. Graag sportkleding uit China, maar geen elektrische auto’s zolang die alleen kunnen rijden met belastinggeld van Nederlanders waarvan de meesten zelf niet zo’n auto kunnen of willen betalen. Liever subsidie aan de universiteit van Wageningen voor research naar gewassen die minder water en minder kunstmest nodig hebben. En hulp voor de drie technische universiteiten om te werken aan de schoonste vorm van energie: waterstof.
3 Geen dwang van gas naar stroom
We schieten niets op met klimaatbeleid wanneer Duitse elektriciteit uit bruinkool het aardgas gaat vervangen. Gelukkig heeft Diederik Samsom al een hoop kritiek gekregen op zijn luchthartige suggestie dat we per gezin maar 14.000 euro moeten lenen om de gasketel te vervangen. Zulk fanatisme dwingt CDA en VVD in de richting van een negatieve opstelling, omdat kiezers anders weglopen naar SP, PVV en Forum.

Jesse Klaver

Een pijnlijk dilemma dus voor Jesse Klaver. Volgt hij de drie redelijke, gouvermentele afspraken – een voorzichtig tarief in de CO2-belasting, verder alleen subsidies voor nieuwe vormen van schone energie, en geen domme dwang bij de keuze tussen gas en elektra – dan zou hij de realisten van CDA en VVD mee kunnen krijgen voor een meerderheid in de Kamer. Maar als Klaver zich niet los kan maken van de protestcultuur in zijn partijj, eist dat Nederland voorop loopt in Europa en niet luistert naar de zorgen van de belastingbetalers, dan oogst hij gejuich in eigen kring, maar komt GroenLinks niet dichter bij de macht. Partner in een serieus klimaatbeleid of protestpartij aan de zijlijn – dat is Klaver’s dilemma.

Eduard J. Bomhoff is hoogleraar economie aan de Monash University in Kuala Lumpur, Maleisië


De paus, de bisschop en Zuster Urgenda

19 januari

Het klimaat is in Nederland een kwestie van clerus en van leken, van processies en van ketters. En van onverdraagzaamheid. Gastauteur Eduard Bomhoff vraagt zich af of het Centraal Planbureau wel in staat is een serieuze analyse van het Klimaatakkoord te maken. En De Volkskrant interviewde mij over ‘180 graden’. Hoe er na lang nadenken toch iets was waar ik anders over ben gaan denken.

Het klimaat is in Nederland een godsdienstige kwestie

Ingrid Thijssen

In Forum, het blad van de bedrijvenlobby VNO-NCW, stond een interview met de baas van nutsbedrijf Alliander, dat een derde van Nederland van gas en stroom voorziet. Die baas, dat is Ingrid Thijssen. En je zou denken dat het interview over gas en stroom zou gaan, maar het ging over schuld en boete. Ingrid Thijssen staat in persoon model voor hoe in Nederland naar gas en stroom wordt gekeken. Namelijk niet als energie, maar als fenomenen die in transitie zijn, op weg naar het Paradijs, naar het Beloofde Land.

Ingrid Thijssen laat er geen misverstand over bestaan, dat er een zware verantwoordelijkheid op haar schouders rust. En dan niet in de zin dat ze tegen de laagste kosten de beste service aan de klanten van Alliander levert, maar of ze een antwoord heeft als haar kinderen in 2050 de vraag stellen: ‘Oma, wat heb jij er aan gedaan om de energietransitie goed te laten verlopen?’. Ze maakt zich niet zozeer zorgen over of het goed komt met die transitie – ze ziet een land vol zonnepanelen, windmolens en auto’s op stroom of waterstof – maar of zij zelf wel voldoende heeft bijgedragen.

Ingrid Thijssen komt uit een ‘protestants christelijk’ gezin uit Bodegraven, heeft daar naar eigen zeggen ‘met de paplepel ingegeven’ gekregen dat ze ‘iets voor de samenleving moet doen,’ erkent dat dat ‘de zwaarmoedige kant van het geloof veel effect’ op haar heeft gehad, met al die ge- en verboden die elke zondag werden ingeprent. Thijssen: ‘Je raakt het niet kwijt, maar wat overblijft is te vertalen tot een enorm plichtsbesef en daar is op zich niet veel mis mee.’

Thijssen vertaalt de religieuze boodschap uit haar jeugd in haar werk naar eigen zeggen in: ‘Verantwoordelijkheid dragen, goed rentmeesterschap.’ En ‘de energietransitie waarmaken is een pittig vraagstuk, waar ik met volle inzicht aan werk.’ Om dat vol te kunnen houden doet ze onder meer aan yoga. In haar vrije tijd is ook lid van D66.

Ingrid Thijssen kan moeiteloos model staan voor Klimaatland Nederland. Ze is betrokken, gedreven, wil een betere wereld, koestert haar calvinistische drijfveren maar heeft die in een modern jasje gestoken en vreest derhalve aan het eind van het leven niet zozeer het Godsoordeel, als wel het oordeel van haar kleinkinderen. In Ingrid Thijssen komt het hele Nederlandse klimaatverhaal samen, dat Nederland de wereld wil voorgaan in het klimaat, dat Nederland zichzelf van het gas wil afsluiten, maar dat er voor de goeden onder ons aan het eind van de kim ook verlossing is van de menselijke schuld voor de ondergang van de aarde.

Ze zijn er veel, in de wereld van gas, licht en klimaat en ook opvallend veel in de wereld van de nutsbedrijven, die nu nog veel gas verplaatsen maar zich eigenlijk volledig aan de (groene) stroom lijken te willen wijden. Uitgesproken calvinisten, ex-calvinisten of neo-calvinisten. Ze zijn volledig in de ban van ‘Parijs’ en ‘IPCC’ en derhalve van de klimaat- en energie-akkoorden van Ed Nijpels. Al die teksten zijn de bijbels voor wie nieuwe spirituele houvast zoekt, het klimaathouvast.

Zo werd er ook aan de vooravond van het klimaatverdrag van Parijs door de NPO, de publieke omroep, een optocht van Hilversum naar Parijs georganiseerd. De overeenkomst met de katholieke processies was treffend. En hoewel het verhaal van schuld en boete rond klimaat, gas en wind meer protestants aandoet, worden toch ook aardig wat katholieke rituelen overgenomen.

Zo kent Nederland niet alleen de verlokking het misschien wel uitverkoren, eerste klimaatneutrale land te worden. Nee, daar zijn ook de onheilsprofeten die dreigen met de schandpaal als dat niet gebeurt. En niet-experts moeten hun mond houden van de zelfbenoemde klimaatclerus, die alles wat hen niet bevalt op de index van verboden klimaatpublicaties zet en de auteurs ex-communiceert. Er zijn de katholieke aflaten (CO2-compensatie voor Rob Jetten en andere rondvliegende kosmopolieten), schuldigheidstochten naar Canossa en de hele klimaatinquisitie over je heen als je zelfs maar een vraag durft op te werpen over het Nederlandse gasverbod (waar de rest van de wereld niet eens over peinst, integendeel).

Marjan Minnesma

En zoals het altijd gaat met orthodoxie en fundamentalisme: de rede, de redelijkheid, de humor en de nuance sneuvelen als eerste. Al Gore is de paus, Ed Nijpels is de aartsbisschop en Zuster Urgenda controleert de zuiverheid van de leer. En de klimaatketter? Hij brandt in de hel, de enige plek waar nooit tekort is aan fossiele energie.

Zonder de alom aanwezige filosofie van de klimaatkerk zou Nederland nooit zo volledig in de ban van energietransitie, klimaatneutraliteit en gasverbieden zijn geraakt. Tot een halve eeuw geleden was Nederland nog een gelovig, kerkelijk land, dat evenwel in revolutionair tempo ontkerkelijkte.

Er is iets te zeggen voor de gedachte dat het weghalen van dat geloof een leegte heeft achtergelaten, waarin vervolgens allerlei nieuwigheden met wijde armen werden ontvangen. Eerst was daar de Derde Wereld en de ontwikkelingshulp, daar was de multiculturele samenleving al en nu dan de Klimaatneutrale Wereld.

Ze hebben allemaal trekken van een calvinistische erfenis in een land waar niet alleen de katholieken, maar ook de socialisten calvinisten zijn. En dan maar zeggen dat calvinisten zo nuchter zijn. Nou ja: de calvinisten misschien wel. Maar hun nazaten kunnen wel wat gezond verstand gebruiken.

Ik heb wel eens gepleit voor een deugdelijk onderzoek naar het verband tussen de leegloop van de kerken en de opkomst van het duurzaamheidsgeloof. Inmiddels is dat al weer achterhaald, want de resterende kerkgangers doen zelf samen met de ChristenUnie en de PKN om het hardst mee aan dat duurzaamheidsgeloof.

Een halve eeuw na Nederlands eigen culturele revolutie is het land een nieuwe fase ingegaan. En niet uitsluitend een van bloemen, bijtjes en overal vrede. Daarvoor is de nieuwe revolutie te onaangenaam, te onverdraagzaam, te vijandig gekant tegen wie het nieuwe geloof niet blind omarmt.

Hier leest u het interview met Ingrid Thijssen in Forum

CPB: kleurloze rekenmeesters

Eduard Bomhoff‘Fanatiek’ noemde Diederik Samsom zichzelf lang geleden. Hoe Ed Nijpels zichzelf zou willen beschrijven weet ik niet, maar daden spreken duidelijker dan woorden: hij was mede-verantwoordelijk voor de failliete Scheringa-bank en mocht daarna maar heel kort werken bij het pensioenfonds ABP omdat De Nederlandsche Bank haar veto uitsprak over zijn benoeming. Nu is het voor de toekomst van Nederland cruciaal om te beoordelen of Samsom zijn aangeboren fanatisme kan bedwingen en Nijpels heeft bijgestudeerd in boekhouden en economie. Zij samen hebben immers het grote klimaatplan gepubliceerd wat nu ter beoordeling is opgestuurd naar de planbureaus, waarvan het Centraal Planbureau (CPB) de zwaarste stem heeft.
In december 2018 bleek al dat Nederland diep is verdeeld. De Telegraaf en Elsevier Weekblad noemen het plan naief, extreem en veel te duur; aan de andere kant van het spectrum meldt dagblad Trouw dat veel lezers vinden dat hun krant voortaan advertenties voor vliegvakanties moet weigeren vanwege de CO2 uitstoot. De VVD krijgt al spijt van haar steun in het regeerakkoord voor dit dure klimaatbeleid, maar misschien alleen voor de vorm en tot aan de verkiezingen in maart en mei (zie column van Syp Wynia over Klaas Dijkhoff).
We hebben dus het CPB nodig voor een eerlijke analyse. Maar die zal teleurstellen. Al vijf jaar staat het CPB onder leiding van een ambtenaar van Financiën. Ik las het meest recente rapport over het klimaatbeleid: veel cijfers; weinig economische analyse en niets over de twistpunten.
Dit CPB-rapport over de hoofdlijnen van September 2018 (op basis van het regeerakkoord en nog zonder de uitwerking van Samsom en Nijpels) stelt op p. 11 “Er zijn meer wegen naar de doelstellingen van het klimaatakkoord in Parijs…De doelstellingen per klimaattafel (Samsom en Nijpels) hebben daarbij een zekere sturende werking.” Kunnen de ambtenaren die zo schrijven ons nu de komende maanden voorlichten over de echte dilemma’s?
Bijvoorbeeld:
1. Bruinkool is 24 procent van de electriciteit in Duitsland. Moeten wij straks electriciteit kopen in Duitsland omdat Samsom en Nijpels weg willen van aardgas?
2. Lachen de Chinezen ons uit omdat wij subsidie geven op invoer van elektrische auto’s, terwijl China zelf subsidie richt op research naar nieuwe, schone energie, bij voorbeeld uit waterstof?
3. Is het wijs om te waarschuwen tegen vliegreizen, hoewel vliegtuigen slechts 2 procent vormen van de totale CO2 uitstoot? Is het misschien beter om geld te geven aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen (erkend als nummer 1 in de wereld) voor meer research naar landbouw en veeteelt die het milieu minder belasten?

Iedereen accepteert de wenselijkheid van schonere energie. Beleid kan dat op twee manieren bevorderen, door subsidies (elektrische auto’s) of door research (Wageningen voor landbouw en Delft, Eindhoven en Twente voor betere batterijen en energie uit waterstof). De vergelijking tussen die twee heel verschillende richtingen in het beleid moeten economen maken. Ik ben bang dat de ambtenaren van het CPB de durf missen en te veel aanschuiven bij de tafels van Samsom en Nijpels.

Het CPB had meer moed onder de vorige directeur Coen Teulings, geen carrière-ambtenaar maar een gerenommeerd economisch onderzoeker. Ik neem als voorbeeld het laatste grote jaarrapport van Teulings uit 2013. Dat heeft uitvoerige discussies van het faillissement van de bank SNS Reaal, van de beste vorm voor overheidsgaranties voor banken, van het voor- en tegen van verplichte quota voor gehandicapten in het personeelsbestand, van de wens (en de noodzaak) van ouderen om te blijven werken, en van de problemen van huishoudens met hoge schulden.

In 2018 had het grote jaarrapport (CEP) van de huidige CPB-directeur één extra pagina over het eigen risico in de zorg, maar verder eigenlijk alleen voorspellingen en onwaarschijnlijk gedetailleerde grafieken en tabellen van de koopkracht voor verschillende groepen in de bevolking. In 2017 was er ook al nauwelijks meer in het jaarrapport van het CPB dan voorspellingen en “koopkrachtplaatjes”. Eén enkele pagina ging in op problemen in de ouderenzorg, maar zelfs daar was de nadruk meer op achterhaalde prognoses dan op het beleid.

Wat een verschil met de publicaties in Washington van het Office for Management and Budget (OMB). Dat geeft kosten-baten analyses voor het Congres. Zo was het hier onder CPB-oprichter prof Jan Tinbergen, en zo zou het weer moeten.

Wat vindt het CPB van de mening van prof. William Nordhaus, winnaar van de Nobelprijs voor economie voor zijn werk over klimaatbeleid dat het Parijs-akkoord nu al onrealistisch is? Wat vindt het CPB van de risico’s dat Nederland te veel afwijkt van de buurlanden en doelen stelt waarvan we – als we eerlijk zijn – nu al weten dat een volgend kabinet er waarschijnlijk op terug moet komen? Wat vindt het CPB van windmolens op zee die twee tot drie keer zo duur zijn als windmolens op land en dus zware subsidies vereisen die we ook kunnen aanwenden voor originele research naar schone energie?

Nederland heeft antwoorden nodig, en wat Samsom en Nijpels hebben voortgebracht geeft die antwoorden niet. Hun rapport is een pleidooi – misschien een tikje fanatiek met Samsom en niet financieel-economisch doordacht met Nijpels – voor een maximale inzet van allerlei subsidies en verbodsbepalingen. Het CPB moet met de analyse terug naar de stijl van oprichter Tinbergen: vrij, onvervaard en niet bang om te waarschuwen wanneer beleid te duur is of onmogelijk voor Nederland zo lang de buurlanden niet meedoen.

Eduard J. Bomhoff is hoogleraar economie aan Monash University in Kuala Lumpur, Maleisië

‘Partijlidmaatschap maakt journalist kwetsbaar’

De Volkskrant interviewde mij over een kwestie waar ik anders over ben gaan denken. Daar zijn er misschien niet eens zoveel van, maar één is er wel: de vraag of je als journalist lid kunt zijn van een club waar je professioneel gezien ook over schrijft. Nu bestaat een behoorlijk deel van mijn werk uit schrijven over politiek, en dus doemt de vraag op: kan ik lid zijn van een politieke partij? Vroeger was ik daar misschien niet enthousiast over maar dacht ik dat het wel kon (als je het al was, tenminste), nu zou ik het afraden. En niet alleen voor journalisten die over politiek schrijven. Voor sommige wetenschappers is het ook een goed idee.

Lees hier het stuk in De Volkskrant
Of hier, via Blendle


Hoezo: Klaas Dijkhoff in een geel hesje?

13 jan. 2019

Laat de VVD werkelijk het eigen kabinet vallen voor het klimaat? Plus: Vaarwel aan de Elsevier-lezers. In de nieuwe Wynia’s Week.

Tot dusver waren lastenverzwaringen voor de VVD van Rutte en Dijkhoff nooit een probleem

Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, opende het verkiezingsjaar 2019 in De Telegraaf met een aanval op ‘drammers’ over het klimaat, waartoe hij ook zijn D66-collega Rob Jetten rekent. Dijkhoff zegt niet gebonden te zijn aan het Klimaatakkoord, dat het kabinet eind 2018 overeenkwam met een reeks bedrijven en belangengroepen. Dijkhoff vindt nu dat ‘gewone mensen’ te weinig zijn gehoord en dat Nederland niet hoeft te doen ‘alsof we lichtend voorbeeld van de hele wereld moeten zijn’. De tweede man van de VVD dreigt met zoveel woorden met een val van het kabinet RutteDrie. ‘Als het alternatief wordt dat ik òf het kabinet òf de burger moet laten vallen: de burger zal ik nooit laten vallen.’
Maar hoe geloofwaardig is Klaas Dijkhoff’s uitval naar ‘drammers’ als coalitiepartner D66? Gaat de VVD er werkelijk voor zorgen dat het Klimaatakkoord naar de prullebak gaat, of opnieuw naar de tekentafel? De kans is klein. De VVD heeft het klimaatbeleid zoals dat vorm krijgt in het Klimaatakkoord tot dusver immers volop gesteund.

• Nijpels
Dat Klimaatakkoord is weliswaar bij elkaar onderhandeld aan ‘klimaattafels’ onder leiding van VVD’er Ed Nijpels en onder regie van VVD-minister Eric Wiebes, maar is op de keper beschouwd niets anders dan een uitvoering van het regeerakkoord van oktober 2017. Alle grote lijnen van het Klimaatakkoord staan al in dat regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, waar VVD-leider Mark Rutte zeven maanden over onderhandelde.
Als het Klimaatakkoord onhaalbaar en onbetaalbaar is, dan komt dat omdat het regeerakkoord onmogelijke en vaak onzinnige doelstellingen heeft vastgelegd. In het regeerakkoord wil de coalitie ‘de meest ambitieuze doelstelling van Parijs’, Nederland wil in 2030 de helft (49 procent) van de broeikasgassen gereduceerd hebben in vergelijking met 1990 en in 2050 zelfs 95 procent. De Europese Unie heeft in dit opzicht al de meeste pretenties van de hele wereld, maar komt toch niet verder dan 40 procent in 2030. En als het aan RutteDrie ligt, zou dat zelfs geen 49 procent, maar 55 procent moeten zijn.

• Gasverbod
Dijkhoff fulmineert tegen het klimaatakkoord en wat dat de burgers van Nederland wel niet mag gaan kosten. Hij zegt nu wel dat Nederland niet zo nodig ‘lichtend voorbeeld’ hoeft te zijn, maar hij laat die doelstellingen van 49 (of 55, of 95) procent niet vallen, integendeel. De VVD-fractie van Dijkhoff steunde een jaar geleden ook volop het gasverbod (nieuwe huizen zonder gas, bestaande huizen van het gas af), dat het klimaat niet helpt, maar waarvan de kosten voor particulieren alleen al rond de 200 miljard euro uitkomen. Dijkhoff wil helemaal niet af van dat gasverbod, maar huizenbezitters subsidie geven. Alsof die niet uit (verhoogde) belastingen moeten worden betaald.
Dijkhoff is tegenover de verslaggevers van De Telegraaf ook buitengewoon summier over wat hij dan wel anders zou willen in het Klimaatakkoord. Hij noemt geen enkel voorbeeld van een maatregel die hij wenst te schrappen, wat zijn geloofwaardigheid niet bevorderd. Geen wonder dat de eerste reacties al snel gingen in de richting van ‘verkiezingsretoriek’. De kosten van het klimaatbeleid liggen immers slecht bij de kiezers, bij de VVD-kiezers in het bijzonder. En op 20 maart zijn er Statenverkiezingen (gevolgd door Eerste Kamerverkiezingen) en op 23 mei ook verkiezingen voor het Europees parlement. Dat zijn minder belangrijke verkiezingen, die door kiezers nogal eens worden aangegrepen om hun afkeer van het kabinetsbeleid te laten zien.

• Proefballonnetjes
Wat de geloofwaardigheid van Dijkhoff niet bepaald helpt is, dat hij de reputatie heeft van een oplater van proefballonnetjes, waar nadien weinig meer van wordt gehoord. Wat ook niet helpt, is dat de VVD – inclusief Dijkhoff zelf – tot dusver vooral enthousiasme over het klimaatbeleid uitstraalde. En die aandacht voor de burger, daar was bij de VVD de laatste jaren nou juist weinig van te merken.
Premier Mark Rutte reisde begin december nog in eigen persoon naar de Poolse stad Katowice, alwaar een zoveelste VN-klimaatconferentie werd gehouden. Rutte wilde daar niet minder, maar meer klimaatbeleid. Hij wilde de Europese doelstelling van 40 procent ophogen naar 55 procent. En gedoe met ‘gele hesjes’ zoals in Frankrijk, dat verwachtte Rutte in Nederland helemaal niet. Rutte tegen de NOS: ‘Dan komt weer die typisch Nederlandse aanpak om de hoek: we zijn altijd heel ambitieus, maar we hebben ook de gewoonte dat heel veel mensen dan met elkaar praten zodat een samenleving als geheel zo’n reis kan maken.’ Het gele hesje van Dijkhoff ziet er tegen die achtergrond dus niet erg geloofwaardig uit. Een kunstmatig verkiezingsconflictje met coalitiepartner D66 creëren (en de concurrentie van Wilders en Baudet de wind uit de zeilen nemen) – daar lijkt het meer op.

• 3500 euro meer
Dat brengt mij op de VVD en de burger, de lasten van de burger in het bijzonder. Sinds de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 was de VVD niet bijzonder druk in de weer met de burger. De VVD ijverde voor bedrijven, vooral grote bedrijven. De VVD ijverde voor het gasverbod, dat burgers op kosten jaagt. En met lastenverlichting voor burgers was de VVD niet erg bezig. Al langer niet.
Ondanks reeksen van verkiezingsbeloftes stegen de collectieve lasten voor de Nederlanders onder de kabinetten-Rutte jaar op jaar. Bij het aantreden van het eerste kabinet-Rutte in 2010 bedroeg die lastendruk 35,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het Centraal Planbureau komt voor 2019 uit op 39,2 procent. Dat is een stijging van 3,7 procentpunt in 9 jaar. Nu is dat bbp in 2019 naar verwachting zo’n 770 miljard euro en 3,7 procent daarvan is dus 28,5 miljard euro. Nederland betaalt in euro’s van 2019 dus 28,5 miljard meer belasting en premies dan in 2010. Omdat er ongeveer 8 miljoen Nederlandse huishoudens zijn, komt dat omgerekend neer op een belastingverzwaring van meer dan 3500 euro per huishouden per jaar in 2019 in vergelijking met 2010.

• Zelfdreiging
Daar zijn, let wel, het merendeel van de klimaatkosten van Rutte, Wiebes en Dijkhoff nog niet eens in meegenomen. Bij zijn eerste begrotingsbehandeling als klimaatminister raamde Wiebes die kosten ook nog eens op tientallen miljarden per jaar. Later, in de loop van 2018, bracht hij dat sussend terug tot een half procentje van het bbp per jaar. Maar zelfs dat is een derde van de voorziene economische groei. En zelfs dat halve procentje per jaar tot 2050 zou ‘goed’ zijn voor een welvaartsvermindering ter grootte van twee economische crisis als die van 2008-2014.
Lastenverlichting is bij de kabinetten-Rutte dus niet in goede handen, zoveel mag duidelijk zijn. Dreigementen van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff over het klimaatbeleid moeten mede daarom met een forse korrel zout worden genomen. Dijkhoff tekende immers voor het regeerakkoord, voor de Klimaatwet (‘trots’ zei hij er bij) èn voor het gasverbod. Dijkhoff dreigt nu dus eigenlijk zichzelf. Daar is alles wel zo’n beetje mee gezegd.

Vaarwel aan de lezers van Elsevier Weekblad

Kort voor kerst maakte ik bekend mijn eigen onderneming te beginnen, als publicist, commentator, spreker en adviseur. Ik dank, ook langs deze weg, voor de vele, doorgaans hartverwarmende reacties via e-mail, sociale media en via de website van Elsevier Weekblad. Ik ben ook blij met de vele nieuwe aanmeldingen voor de nieuwsbrief Wynia’s Week, die nu bij enkele duizenden abonnees in de mailbox valt. De komende weken hoop ik meer zicht te kunnen bieden op mijn verdere toekomstplannen.
Onderdeel van mijn ‘kerstbesluit’ is, dat ik vooralsnog stop met mijn columns, analyses en omslagverhalen voor Elsevier Weekblad. Ik heb dat aan de Elsevier-lezers laten weten in een afscheidscolumn, waarin ik terugblik op de meer dan twee decennia dat ik voor het weekblad, het maandblad Juist en de website werkte, onder meer ook met de video’s die ik samen met Ronit Palache maakte.
In mijn afscheidscolumn kijk ik terug op de introductie van de vaatwasser in Nederland, een apparaat dat lang met wantrouwen werd bejegend. Dat wantrouwen zegt veel over het Nederland van de 20ste eeuw en over de positie van de vrouw in Nederland in het bijzonder.
In die laatste column schets ik ook, hoe ik in 1996 werd gevraagd om ‘het nieuwe politieke gezicht’ van Elsevier te worden en daar lang over aarzelde. Zoals ik ook lang aarzelde om in te gaan op de uitnodiging om columnist te worden. Aarzelen, dat doe ik kennelijk nogal eens. Om dan vervolgens toch de knoop door te hakken.
Lees hier mijn afscheidscolumn (‘Vaarwel’ ) bij Elsevier (of desgewenst alleen de 168 reacties)
Of lees mijn afscheidscolumn via Blendle

Mijn recente bijdragen aan Elsevier blijven voorlopig beschikbaar – maar wel achter de betaalmuur – via deze link